Veranderingen in de erfbelasting en de schenkbelasting vanaf 1 januari 2026 : een testament voor alleenstaanden wordt belangrijk!
Vanaf 1 januari 2026 veranderen de regels rond erf- en schenkbelasting, met belangrijke gevolgen voor alleenstaanden en familiale ondernemingen. Een goed opgesteld testament wordt cruciaal om van de nieuwe gunstregimes te kunnen genieten en onaangename fiscale verrassingen te vermijden.
Wijzigingen in de erfbelasting (voor overlijdens vanaf 1 januari 2026)
Er geldt een hogere vrijstelling voor de langstlevende partner. Voor overlijdens vóór 1 januari 2026 was er geen erfbelasting verschuldigd op de eerste 50.000 euro roerende goederen (geld, aandelen, …) uit de nalatenschap. Deze vrijstelling wordt verhoogd van 50.000 euro naar 75.000 euro.
Nieuw is dat alleenstaanden, dus mensen die geen partner hebben, (een deel van) hun nalatenschap onder een voordeliger tarief kunnen nalaten als ze geen kinderen of andere afstammelingen hebben. Met ‘partner’ bedoelt de wet een gehuwde partner, een wettelijk samenwonende partner of een feitelijk samenwonende partner. Een feitelijk samenwonende partner is iemand die op datum van overlijden ten minste één jaar ononderbroken met de overledene samenwoonde en met hem of haar een gemeenschappelijke huishouding voerde. Dit kan dus ook een broer of zus of iemand anders zijn die aan deze voorwaarde voldoet.
Wie gebruik wil maken van het nieuw tarief moet dit uitdrukkelijk voorzien in een testament. Het verlaagd tarief geldt ten belope van maximaal 100.000 euro. Het gaat dan om volgende tarieven: 3% op de eerste 50.000 euro en 9% op de volgende 50.000 euro.
Alleenstaanden hebben er dus alle belang bij om een testament op te maken en hierbij één of meerdere personen aan te duiden die van dit gunsttarief kunnen genieten. Wanneer meerdere personen worden aangeduid wordt het maximum van 100.000 euro proportioneel opgedeeld over de betrokkenen tenzij de erflater een andere opdeling voorziet.
De regels om het verlaagde tarief van 3% of 7% bij de vererving van activa van een familiale onderneming of aandelen van een familiale vennootschap toe te passen worden verstrengd.
Voor familiale ondernemingen
Het verlaagde tarief geldt niet voor onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning dienen of daarvoor bestemd zijn. Bouwgronden worden nu ook uitdrukkelijk in de wet uitgesloten en kunnen dus niet van het verlaagd tarief genieten. Voorheen werd dit enkel vermeld in de omzendbrief en niet altijd strikt toegepast.
Voor familiale vennootschappen
Het verlaagde tarief geldt niet langer voor het deel van de waarde van de aandelen dat overeenstemt met de waarde van de onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning dienen of daarvoor bestemd zijn met inbegrip van de bouwgronden.
De waarde van die onroerende goederen of bouwgronden moet blijken uit een recent verslag van een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant. Op dat gedeelte zal voortaan het gewone progressieve tarief van toepassing zijn.
Op deze manier wil men vermijden dat woningen van bedrijfsleiders en eventueel tweede verblijven die in een vennootschap zijn ondergebracht van het gunsttarief kunnen genieten.
Voor vennootschappen die personeel hebben (1VTE) en een activiteit die voor minstens 75% betrekking heeft op residentieel vastgoed is een uitzondering voorzien. Zij kunnen dus het gunsttarief behouden ook voor het in de vennootschap aanwezige residentieel vastgoed.
Wijzigingen in de schenkbelasting voor familiale ondernemingen en vennootschappen (voor schenkingen vanaf 1 januari 2026)
Dezelfde beperkingen die gelden bij erfenissen, zullen ook toegepast worden bij schenkingen. In de schenkbelasting is wel een belastingvrijstelling van toepassing en geen verlaagd tarief.
Als je dus aandelen van een familiale vennootschap schenkt, zal het deel van de waarde dat overeenstemt met de waarde van de onroerende goederen of bouwgronden die hoofdzakelijk voor bewoning worden aangewend bestemd, belast worden aan het gewone tarief voor roerende schenkingen. Dit is 3 % voor partners en afstammelingen en 7% in de andere gevallen. Ook in dit geval zal een recent verslag van een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant nodig zijn.
Bij de schenking van activa van familiale ondernemingen verandert er in principe niets maar zal wel iets aandachtiger worden toegekeken op de uitsluiting voor bouwgronden, aangezien dit nu uitdrukkelijk in de wettekst is opgenomen.
Om zeker aan al de gestelde voorwaarden voor de gunstregeling te kunnen voldoen is het aangewezen om tijdig met uw accountant te overleggen aangezien meerdere elementen uit uw fiscaal dossier hierbij van belang zijn.
Wil je weten wat deze wijzigingen concreet betekenen voor jouw situatie?
Neem tijdig contact op met DLV Accountants voor persoonlijk advies en zorg ervoor dat je nalatenschap fiscaal optimaal en correct geregeld is vóór 1 januari 2026.